|
Voor m'n werk vermengde ik elementen van de - van oorsprong Duitse - folkloristische 16de eeuwse legenden over TijI Uilenspiegel, met de verhaallijn uit het boek van Charles de Coster. Daarin evolueert Tijl van een schalkse grappenmaker naar een geëngageerde vrijheidsstrijder.
In mijn cantate strijdt Tijl echter niet om Vlaanderen van het Spaanse juk te bevrijden, maar voor een soort algemene, ideële vrijheid. Daarom wordt er in de teksten verwezen naar hedendaagse vormen van bezetting of onderdrukking, en van bevrijding of emancipatie.
Charles de Coster verweefde in zijn boek een aantal verhaallijnen, die ik in mijn cantate overnam. De levensloop van TijI is bijvoorbeeld helemaal verstrengeld met die van Filips II, de zoon van Karel V: ze worden op dezelfde dag geboren, en als Klaas, de vader van Tijl op de brandstapel gaat, sterft niet veel later ook Karel V. Daarnaast is er natuurlijk het verhaal dat vertelt hoe Klaas op de brandstapel terechtkwam: verraden door z'n hebberige buurman Grijpstuiver. De dood van Klaas maakt in Tijl de vrijheidsstrijder wakker. Een nevenintrige die me sterk wist te boeien is die over Katelijne, de buurvrouw en moeder van Nele. Ze helpt bij de geboorte van Tijl, maar wordt dan beschuldigd van hekserij en met vuur gemarteld. Ze blijft leven, maar wordt waanzinnig. De hallicunaties die ze heeft, vormen de mooiste bladzijden uit het boek.
De teksten schreef ik zelf. Of ik maakte een collage van "wramples" (written samples) uit verschillende bronnen. Of ik nam volledige teksten over (o.a. van Paul Van Ostaijen, Bert Peleman en Pablo Neruda, ...) De eerste regels van de cantate leende ik bijvoorbeeld uit "Bezette Stad" van Paul Van Ostaijen. Daarom heeft de muziek ook van bij het begin iets cabaretesk.
In contrast met het speelse, losse karakter van die music-hall-muziek gebruikte ik voor de delen die de onderdrukking als onderwerp hebben een aantal strenge, oude vormen. Zo maakte ik bij de tekst die over boekverbrandingen gaat een versierd koraal. Als koraalmelodie koos ik het Horst-Wessel lied. Dat is de officiële partijhymne van de NSDAP, en overigens een prachtige melodie. In Duitsland is het ten gehore brengen van deze melodie verboden... Het deeltje over de inquisitie werd dan weer een strenge vierstemmige fuga.
Voor het koor probeerde ik zo gevarieerd moglijk te schrijven. De stemvoering gaat van éénstemmig voor het ganse koor, over homofone passages tot de meest ingewikkelde polyfonie. Daarnaast komen de aparte stemgroepen af en toe ook eens solistisch aan bod. Verder probeerde ik in de ganse cantate een directe, eenvoudige, soms wat naïeve muziek te schrijven die aansluit bij de figuur van Tijl Uilenspiegel.
Jan Van Damme
Juli 2008
|